Posts tonen met het label werkgevers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werkgevers. Alle posts tonen

woensdag 16 september 2015

Een 'kat in de zak' krijgen op Prinsjesdag

De voorzitter van Cedris is terecht blij met het verlagen van de werkgeverslasten aan de onderkant van de arbeidsmarkt, want de doelgroep die hij vertegenwoordigd heeft zeker baat bij deze maatregel. Toch schort er ook iets aan het idee dat dit goed is voor de banenafspraak, evenals de arbeidsmarkt in brede zin. Iemand met een MBO, HBO of WO werk-/denkniveau hoort niet in zo’n schaal thuis? Bovendien ontstaat daarmee verdringing op de arbeidsmarkt.

Iemand met een goede opleiding, vaardigheden die bij zijn of haar vakgebied horen, hoort toch gewoon voor een eerlijk loon te werken? En daarmee maakt een arbeidshandicap of langdurige werkloosheid echt geen verschil, immers om vakmensen te behouden is het noodzakelijk dat zij een eerlijk salaris krijgen! Dit is precies wat ik in de huidige politieke werkelijkheid mis, want het gaat over het inzetten op lage loonschalen om arbeid voor werkgevers aantrekkelijk te maken. Ja, daar kan ik dus in meekomen, maar het effect ervan is ook zwaar negatief als het gaat om de instroom van bijvoorbeeld Oos-Europeanen in bepaalde vakgebieden. 

De markt verstoord

Als we arbeid echt aan de markt overlaten dan moet er in tijden van tekorten op de arbeidsmarkt een stijging van de lonen volgen, immers, arbeid wordt een schaars product en dat geldt voor technische en ICT sectoren al enige tijd. Maar de lonen stijgen daar niet omdat er veel goedkope arbeid wordt ingehaald zoals bijvoorbeeld lassers uit Polen en Roemeniƫ terwijl er lassers in de WW zitten. De lonen volgen hierdoor niet de markt, maar worden kunstmatig weer laag gehouden met als gevolg dat technische mensen met een goede opleiding en ervaring (deels door eigen keus) aan de kant blijven staan.

Ook voor arbeidsgehandicapten die via de banenafspraak aan de slag moeten is dit geen goede ontwikkeling, want er zijn circa 30.000 hoger opgeleiden in de Wajong, er zijn rond de 50.000 mensen met een MBO opleiding en deze 80.000 mensen vallen ook onder de banenafspraak. Dus zouden de 125.000 banen voor een groot deel kunnen worden ingevuld door geschoolde mensen. En mensen met een goede opleiding, en ongeacht een beperking ‘gewoon’ hun werk kunnen doen, zou je niet op een minimaal salaris aan moeten nemen in een markt waar goed betaald wordt voor elke ‘gezonde’ medewerker. Immers dan is er sprake van 'goedkope' arbeid en geen aanzet tot een inclusieve arbeidsmarkt, waarmee mensen met een beperking en een goede opleiding niet de plek krijgen die zij verdienen op basis van hun kunnen.

Tweedeling op de arbeidsmarkt

Dit kabinet maakt zich zorgen over de tweedeling op de arbeidsmarkt en dat terwijl zij juist kiezen voor een verdere tweedeling door het werken voor lage lonen nog te stimuleren ook. Dit effect heeft een verstoring tot gevolg die nog wel eens meer problemen kunnen opleveren dan eerst gedacht. Want het gaat hierbij niet alleen om mensen die wel voor de lage lonen gaan werken en daarmee ‘werkende armen’ worden, het gaat ook om het verlies van kennis. Want mensen die goed opgeleid zijn en niet aan de bak komen, komen ook op het punt dat zij de arbeidsmarkt de rug gaan toekeren.

Het 'de rug toekeren' van de arbeidsmarkt is kapitaalvernietiging van ongekende aard, want het zijn handen, hoofden, opleidingen en vooral ook participerende burgers die zich aan de zijlijn van de maatschappij gaan positioneren. Welke worden ingeruild voor goedkope arbeid uit bijvoorbeeld Oost-Europa met als gevolg dat zij kennis opdoen, vervolgens meenemen en Nederland op den duur ook de innovatiekracht zal gaan verliezen. Kortom, het is eigenlijk niet in geld uit te tellen wat deze korte-termijn-maatregel uiteindelijk gaat kosten en vooral ook hoeveel kapitaal er over de schutting wordt gegooid!







woensdag 24 juni 2015

Hansje en zijn mediawijsheid

Iedere politicus, lobbyist, fractiemedewerker of in welke vorm dan ook actief in het politieke en maatschappelijke debat weet het. Zeg nooit iets doms in een interview want het bijt in je billen. Nu is de lobbyist van de grootste, en misschien wel meest exclusieve lobbyclub, weer door de mand gevallen. Want Hans de Boer staat voorlopig bekend als de man die Bijstanders Labbekakkers noemt en dat was dus geen compliment.

Uiteraard staat bijna heel Nederland op zijn achterste poten omdat Hans de Boer een dergelijke lompe en uitermate onhandige uitspraak heeft gedaan. Want dit type uitspraken zullen niet bijdragen aan een verbetering van de gespannen situatie tussen werknemers en werkgevers. De cao tafels die nog druk gaande zijn, de politici die over hem vallen en de minister van sociale zaken die de uitspraak zelfs een 'uitgestoken middelvinger' noemde zeggen daarin genoeg.

Waarom Hans?

Nu werd al bij zijn aantreden duidelijk dat Hans de Boer niet de keurige en sensitieve meneer Wientjes was (ik kan niet anders dan meneer zeggen tegen die man, echt niet). Hij noemde toen de banenafspraak een chantage en het idee alleen al onhaalbaar. Hij gaf toen al aan dat hij een heel andere koers zou varen dan zijn voorganger en dat is iets wat ons keer op keer duidelijker wordt.

De vraag is echter, is het goed voor zijn lobbyclub als hij zo hard uit de bocht kan vliegen? Want als je iets wilt bereiken dan moet je toch altijd de verschillen zien te overbruggen, immers politiek is (zeker in Nederland) compromissen sluiten en ik begin me oprecht af te vragen of dit wel in het CV van Hans de Boer staat. Want hij heeft kwaliteiten, daar ben ik van overtuigd, maar of het de juiste kwaliteiten zijn dat is dan weer even de vraag na een uitspraak als deze.

De nuancering

Via Twitter kwam ik de nuancering van zijn uitspraak tegen, het ging dus via de vraag naar de noodzaak van immigratie om de arbeidsmarkt aan te vullen, naar de Bijstand. En vervolgens via het ontwrichtende effect van de Bijstand op de samenleving naar 'de labbekakken die hier in een uitkering zitten moeten aan het werk' Waarbij hij zich tevens uitsprak over het 'feit' dat Oost-Europeanen werk doen wat Nederlanders niet willen doen.

Natuurlijk valt ook daar wat te nuanceren, want uiteraard spreekt Hans de Boer als lobbyist over de keurige werkgevers die geen mensen kunnen vinden. Maar niet over (maar ik vermoed wel namens) de werkgevers die via allerlei constructies Polen tegen een lager loon inhuren, ze bovendien nog op laten leiden ook, en daarmee Nederlandse vakmensen aan de kant laten staan. Ja Hans, die zijn er echt en ik kan zo een paar voorbeelden op uw bureau leggen. Maar ik ben dan zo netjes om dat niet publiek te doen, want het is namelijk niet altijd zo handig om dat soort uitspraken publiek te doen.

Wat nu?

Ik denk dat Hans de Boer en dan met name de mensen die namens VNO*NCW aan de cao tafels zitten het de komende tijd nog wel eens lastig kunnen gaan krijgen. Want de kloof tussen werkenden en werkgevers is wederom vergroot, bovendien is de kloof tussen werkgevers en werkzoekenden inmiddels vrijwel onoverbrugbaar geworden.

Dit is jammer, want juist Hans de Boer en zijn lobbyclub spelen een hoofdrol in het vergroten van de koek, de vergroting die bij kan dragen aan meer banen en groei en dus vervolgens nog meer banen zodat al die labbekakken uit de Bijstand, WW en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan het werk kunnen. Niet te vergeten, al die mensen die zijn afgehaakt en/of helemaal geen uitkeringen hebben. Nee Hans, u heeft ons (de Nederlandse werkende) nog hard nodig als uw koek gaat groeien. Tenzij u uw leden natuurlijk liever adviseert om bussen Polen te laten komen, want dan kunnen wij misschien beter naar Polen verhuizen om daar het beschikbare werk te gaan doen wat zij achterlaten.....




zondag 14 juni 2015

CAO als politieke speelbal

Voor veel werkenden lijkt de VVD een steeds grotere afstand te nemen tot hun positie, van meer flexibilisering tot zelfs een einde maken aan het ‘algemeen verbindend’ maken van cao’s. Bovendien zou dit de scheiding tussen zekerheiden van de ene kant van de arbeidsmarkt nog verder vergroten, boven de mensen die dus buiten die cao’s zouden vallen. En daarbij kan dat als het aan de VVD ligt dus verder gaan dan ZZP'ers die daar zelf voor 'kiezen.' Op die manier zal de ongelijkheid verder toenemen, de macht van werkgevers vergroot worden en daarmee zal er een definitief einde komen aan de ‘algemene bescherming van werknemers.’

De positie van werknemers staat de laatste tijd vaak in het politieke debat op het programma, want de arbeidsmarkt veranderd en ook de politiek kan daar niet meer omheen. Wat echter wel sterk opvalt is dat de VVD zich in deze discussie de focus legt op de positie van de werkgevers (traditionele achterban) en dat eigenlijk alle andere partijen in het centrum (D66, CDA) zoeken naar een afweging die past bij deze nieuwe arbeidsmarkt.
 

Waar komt de cao vandaan?

De visie van links, die de cao’s graag in al zijn facetten zouden behouden, die is in de veranderende maatschappij niet meer zo logisch. Want in cao’s worden vele zaken ondergebracht die daar van oorsprong niet horen. In de eerste cao uit 1894 werd er voor de diamantbewerkers uit Amsterdam een tariefafspraak vastgesteld. Pas in 1914 kwam de eerste landelijke cao, waar afspraken in stonden over kinderarbeid, werktijden en minimale beloningen. Dit was de omslag naar de arbeidsmarkt zoals we deze nu kennen.

Pas in 1947 kwam de Wet op de AVV, ofwel het algemeen verbindend verklaren van de cao afspraken. Dit instrument, bestaat om werknemers te beschermen die bij bedrijven werken die niet aangesloten zijn bij de werkgeversorganisaties. En is daarmee de schakel die ook deze groep beschermt, want de cao afspraken gelden dan voor de gehele sector. Dit algemeen verbinden verklaren wordt gedaan door de minister van sociale zaken en werkgelegenheid en is daarmee het sluitstuk van de onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers over de arbeidsvoorwaarden.

Verandering hou je niet tegen

Ook robotisering brengt vragen over de
toekomst van de arbeidsmarkt met
zich mee.

We moeten erkennen dat de arbeidsmarkt veranderd, en ik ben er dan ook van overtuigd dat men dit ook op links zeker inziet. De vraag is echter alleen of zij niet, zoals pas gesteld door arbeidsmarktdeskundige
de Beer te laat zijn. Want de arbeidsmarkt veranderd snel, de positie van werknemers wordt steeds onzekerder en daarmee neemt de macht van de werkgevers snel toe. Enerzijds is dit logisch, want deze werkgevers ervaren ook dat hun markten sneller veranderen, andere eisen worden gesteld, digitalisering en robotisering steeds meer vorm krijgen en bovendien dat de conjunctuurwisselingen elkaar snel opvolgen.

Toch hebben ook deze werkgevers baat bij goede afspraken, zij weten dan immers waar ze aan toe zijn en hoe zij om kunnen gaan met de wisselingen die zij ervaren in het ondernemerschap. Daarom zou het misschien goed zijn om, zoals D66 en CDA nu ook al enkele keren benoemd hebben, te kijken naar de inhoud van de cao’s. Want hoort alles er wel in wat er nu in is ondergebracht? Is het niet tijd om bepaalde elementen door te schuiven naar de secondaire arbeidsvoorwaarden waar werkgevers en werknemers samen over kunnen onderhandelen? Want verandering hou je niet tegen, maar goede schoenen moet je nooit weggooien voordat je weet of je van die nieuwe geen blaren krijgt!